Overheid puzzelt met criteria duurzaam inkopen

De overheid wil vanaf 2010 al haar producten en diensten duurzaam inkopen. Zo wil ze bereiken dat het Nederlandse bedrijfsleven duurzamer gaat produceren. Op papier een prachtig streven. Maar de werkelijkheid is weerbarstig.

Duurzaam produceren - op papier is het heel eenvoudig, weet Jef Wintermans. Als directeur van MODINT, de ondernemersvereniging voor de modebranche, kent hij de eisen als geen ander. Bij duurzaam geproduceerde kleding komt geen kinderarbeid te pas. Spinners, wevers, ververs: allemaal krijgen ze een acceptabel loon, maken geen extreem lange werkdagen en kunnen onderhandelen over hun arbeidsvoorwaarden. Afvalwater wordt niet ongezuiverd geloosd, en de uiteindelijke kleding bevat geen stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de drager. En zo zijn er nog meer eisen, stuk voor stuk logisch en helder.
Het moet dus heel eenvoudig zijn om duurzaamheidscriteria voor de kledingbranche vast te stellen. Of toch niet? Helaas niet, vertelt Wintermans. “Een ondernemer die bedrijfskleding levert aan een overheid heeft gemiddeld in de hele productieketen te maken met achttien andere leveranciers, die op hun beurt ook allerlei toeleveranciers hebben, dat alles verspreid over de hele wereld. Hij kan wel zeggen: dit product is vrij van kinderarbeid. Of: al het afvalwater is veilig geloosd. Maar niemand kan dat op dit moment garanderen. Moet je dan toch die eis neerleggen? Of moet je zeggen: iedere leverancier moet proberen verbeteringen aan te brengen, daar waar de fundamentele rechten van de mens nog niet worden gerespecteerd?”

Broodje kroket
De rijksoverheid wil vanaf 2010 al haar producten en diensten duurzaam inkopen; bij lagere overheden moet dat voor minimaal 50 procent gebeuren. Op die manier wil ze het Nederlandse bedrijfsleven een zetje geven in de richting van duurzaam produceren. Het plan lijkt kansrijk. Want de overheid is niet de eerste de beste; jaarlijks verstrekt ze voor circa 30 miljard euro opdrachten aan Nederlandse bedrijven. Als er één opdrachtgever in staat is om eisen aan de markt op te leggen, dan is het wel de overheid.
In de praktijk zitten er nog wel haken en ogen aan dat mooie plan. Want wat is duurzaam? Voor een duurzaam kopieerapparaat moeten andere normen gelden dan voor een duurzaam broodje kroket. De overheid is dan ook druk bezig om per productgroep duurzaamheidscriteria te formuleren. In totaal worden meer dan honderd productgroepen onderscheiden, variërend van bedrijfskleding tot zware voertuigen en van verkeersregelinstallaties tot kantoormeubilair. Eind 2007 moet voor de meeste groepen een pakket criteria op tafel liggen.
Dat kon nog wel eens lastig worden. Want tot nu toe zijn slechts voor enkele groepen definitieve criteria vastgesteld. Bijvoorbeeld voor de cateringbranche. Cateraars die in de toekomst zaken willen blijven doen met de overheid, moeten vanaf 2010 minimaal 40 (en liefst 60) procent biologische producten in hun assortiment hebben. Biologisch wil zeggen dat bij de productie geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest zijn gebruikt, dat genetische modificatie taboe is en dat dieren vrije uitloop moeten hebben (gehad). Verpakkingen moeten meermalen gebruikt kunnen worden, of moeten van milieuvriendelijk materiaal zijn, zoals papier, karton of afbreekbaar plastic. Ook moet elke cateraar, samen met de opdrachtgever, een plan opstellen om het milieu zo weinig mogelijk te belasten.

Kosten
Strenge eisen? Geert van de Ven, eigenaar van cateringbedrijf Appèl, is er nuchter over. “Wie ben ik om daarover te oordelen? Het gaat erom wat de opdrachtgever wil. En of wij daaraan kunnen voldoen.” Appèl verzorgt de catering in verschillende overheidsgebouwen, zoals een aantal locaties van het ministerie van Landbouw. Ja, als gevolg van de criteria zal Appèl zijn werkwijze in overheidsgebouwen iets moeten aanpassen, vertelt Van de Ven. Daar zitten ook bepaalde kosten aan vast. Maar dat hoort bij ondernemen, vindt de cateraar.
De criteria voor duurzame catering zijn trouwens uitgebreid met de branche besproken. De cateringbranche was de eerste waarvoor duurzaamheidscriteria zijn opgesteld. “Het was een soort pilot, een leerervaring”, aldus een woordvoerder van het ministerie van VROM, dat verantwoordelijk is voor het project duurzaam inkopen. Om die reden is voor de catering ook relatief veel tijd uitgetrokken.
Dat is maar goed ook, vindt Els Smit, manager kwaliteit bij cateraar Avenance. Smit heeft namens Veneca, de koepelorganisatie van Nederlandse cateringbedrijven, een aantal malen advies uitgebracht aan de werkgroep die in totaal een halfjaar aan de criteria heeft gewerkt. “Zonder medewerking van Veneca zouden sommige eisen misschien niet helemaal realistisch zijn geweest”, formuleert zij voorzichtig. “Je kunt bijvoorbeeld wel eisen dat er alleen maar biologische ham mag worden verkocht. Maar cateraars zijn afhankelijk van leveranciers die bulkverpakkingen leveren. En in dat marktsegment is het aanbod van biologische producten de afgelopen tien jaar behoorlijk ingezakt. Op zulke punten hebben wij tegengas kunnen geven. Daardoor liggen er nu realistische criteria, die trouwens ambitieus genoeg zijn.”

Onacceptabel
Ook de modebranche is inmiddels actief betrokken bij het overleg met VROM. De branche is alsnog voor het overleg uitgenodigd na een bijeenkomst over duurzaam inkopen, eerder dit jaar georganiseerd door het kenniscentrum MVO Nederland. Tijdens die bijeenkomst uitten verschillende branches hun ongenoegen over het feit dat ze tot dan toe niet of nauwelijks bij het opstellen van de criteria waren betrokken. “Inmiddels is er intensief verkeer over wat wenselijk en haalbaar is”, vertelt MODINT-directeur Wintermans.
Dat intensieve verkeer zal niet voor elke productgroep plaatsvinden. VROM heeft de branches na de kritiek van dit voorjaar laten weten in elk geval te zullen proberen iedereen voor input te benaderen. Maar zulke input is voor het ministerie geen absolute noodzaak. “Inkopen is een activiteit die de overheid uitvoert als private partij. Er hoeft geen overeenstemming met het bedrijfsleven te zijn”, zegt een woordvoerder.
Het bedrijfsleven zelf denkt daar anders over. Voor MKB-Nederland zou het “onacceptabel” zijn als de duurzaamheidscriteria eenzijdig door de overheid werden opgesteld. “Er kan geen sprake van zijn dat er maatregelen over ons worden uitgestort waar wij niet in zijn gekend”, zegt Mario van Mierlo, secretaris sociaal-economisch beleid bij de werkgeversorganisatie. MKB-Nederland, waarschuwt hij, houdt de zaak scherp in de gaten.

Gepubliceerd in Ondernemen!, het opinieblad van MKB-Nederland, juli 2007

Naar een wereld zonder afval

Wiegtotwieg.nl is een website over duurzame producten. De titel is ontleend aan het boek Cradle to cradle. Daarin wordt een wereld zonder afval beschreven. Zo’n wereld is mogelijk als we maar slim ontwerpen! Meer lezen