Minister Cramer biedt geen zekerheden

Tot februari 2007 was ze zelf ondernemer; met haar milieuadviesbureau adviseerde ze bedrijven over duurzaam ondernemen. Nu mag Jacqueline Cramer, als minister van VROM, de regels zelf bepalen. Die worden strenger. En dat moet ook, vindt Cramer. ‘De wereld om ons heen laat zien dat we echt een tandje hoger moeten.’

Toen ze zich eind jaren ’90 in het kader van haar milieuadviesbureau met duurzaam ondernemen ging bezighouden, was Jacqueline Cramer een pionier. Nu is duurzaamheid een van de pijlers waarop het beleid van Balkenende IV rust. Ook duurzaam ondernemen raakt als begrip snel meer geaccepteerd. “Veel bedrijven, ook mkb-ondernemingen, zijn er al serieus mee bezig”, weet de nieuwe minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Maar er is - uiteraard - ook nog veel te doen.

Wat moet er aan het eind van deze kabinetsperiode op duurzaamheidsgebied concreet zijn veranderd in het mkb?
“Bedrijven moeten transparanter zijn gaan werken. De maatschappij verlangt steeds meer dat ondernemers duidelijk maken hoe ze handelen, wat ze bereiken. Dat hoeft heus niet altijd in glimmende brochures. Maar een korte verantwoording, misschien wel op internet, over de balans tussen de drie p’s - people, planet en profit - dat moet ook voor het mkb heel goed kunnen. Een ander punt is ketenverantwoordelijkheid. Een product komt op zijn reis van grondstof tot eindproduct vaak met een groot aantal leveranciers - ook mkb’ers - in aanraking. Bedrijven zullen zich beter op de hoogte moeten stellen van wat er in hun keten gebeurt. Op milieugebied, maar ook op gebieden als mensenrechten en kinderarbeid. Ook voor de ondernemer zelf is dat goed; als je weet wat er in jouw keten gebeurt, kun je proactief handelen, eventuele kritiek vóór zijn.”

Welke taak heeft de overheid bij het stimuleren van duurzaam ondernemen?
“Wij proberen de marktkansen voor duurzame producten te vergroten. Daarom zetten we nu bijvoorbeeld een duurzaam inkoopbeleid op. Dat betekent dat we prestatie-eisen gaan stellen aan alle producten en diensten die wijzelf inkopen (zie elders in dit nummer, red.). En dat is een enorme markt, dat gaat om miljarden. Zo hopen we een beweging op gang te krijgen. Verder kunnen we langs fiscale weg het een en ander faciliteren. Bijvoorbeeld door zuinige en schone auto’s te bevoordelen ten opzichte van vervuilender wagens.”

Dan heeft u het onder meer over de verhoging van de belasting op diesel. Dat is nu net een maatregel waar het mkb niet zo blij mee is; veel dieselauto’s zijn mkb-bedrijfswagens. En een loodgieter zal door zo’n heffing echt niet minder gaan rijden.
“Toch wil ik uitgaan van het principe. En ik vind het een rechtvaardig principe dat je, als je een vervuilende wagen hebt, een hoger tarief betaalt dan wanneer je in een schonere wagen rijdt.”

Maar is het niet ook een logische gedachte dat ondernemers iets van dat extra geld terug willen zien? Bijvoorbeeld dat het zou worden geïnvesteerd in het zuiniger maken van bedrijfswagens?
“Kijk, het is niet zo dat je een op een iets kunt terugvragen. Maar een deel van wat er via belastingen en heffingen in de schatkist belandt, komt wel degelijk weer ten goede aan maatschappelijke activiteiten. Bijvoorbeeld aan het project Schoon en Zuinig, ons klimaatproject. In die zin krijgen ondernemers wel iets terug. Verder gaan we heus niet autootje pesten; de auto speelt een belangrijke rol in onze maatschappij. Maar verkeer en vervoer zijn wel een van de grote oorzaken van niet alleen de uitstoot van CO2, maar ook die van NOx-en en fijnstof, luchtvervuiling dus. Dat zijn twee echt problematische dossiers. Daar móet ik wat aan doen. En als je mensen prikkelt om bij hun volgende auto of dienstbusje rekening te houden met milieuprestaties, dan wordt ook de auto-industrie geprikkeld om eindelijk eens te zorgen voor schonere auto’s.”

In een aantal oproepen hebben ondernemers er de laatste tijd op gehamerd dat de overheid zich vastlegt op consistent en betrouwbaar beleid, zodat zij hun beslissingen daarop kunnen afstemmen. Tot nu toe hebben ze wel wat te klagen over de consistentie en betrouwbaarheid van de overheid. Subsidieregelingen zoals de MEP kunnen plotseling worden afgeschaft. Dat maakt het niet aantrekkelijk om in duurzame innovaties te investeren.
“Ik begrijp wel dat ondernemers hierover klagen. Er zijn veranderingen geweest in het beleid. Maar als je het nou hebt over de MEP: daar konden we financieel gewoon niet mee doorgaan. Dat kostte miljarden! Op een gegeven moment moet je dan zeggen: dit hebben we verkeerd ingeschat. Of verkeerd vormgegeven. Ik vind dat dat ook mag.”

Zegt u dan eigenlijk dat u voor de toekomst geen consistent beleid kunt garanderen?
“Eigenlijk wel. Natuurlijk probeer ik zo consistent mogelijk te zijn. Maar ook de overheid kan fouten maken. Daarbij komt dat nu eenmaal niet altijd dezelfde partijen regeren. Een nieuwe coalitie pakt de zaken soms anders aan. Het feit dat we nu een strenger klimaatbeleid hebben, kun je ook inconsistent beleid noemen. Maar de wereld om ons heen laat zien dat we echt een tandje hoger moeten.”

Hoe keek uzelf als ondernemer tegen de overheid aan? Vond u die ook inconsistent en onbetrouwbaar?
“Zo heb ik dat nooit direct geformuleerd. Een ondernemer wil zo veel mogelijk zekerheid. Maar alles is voortdurend in beweging. Toen ik zelf een onderneming had, moest ik ook constant nadenken: nu gaat dit weer veranderen, nu moet ik weer anders handelen. Ik heb niet anders gedacht dan dat ik rekening moest houden met al die onzekerheden en daarbinnen moest handelen.”

In het Duurzaamheidsakkoord dat VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland u onlangs aanboden, wordt gepleit voor een mondiale aanpak van het klimaatprobleem. De werkgevers zeggen: als we dit alleen Nederlands of Europees aanpakken, schiet het klimaat er niets mee op en schaden we slechts onze concurrentiepositie. Want vindt u daarvan?
“Als we wachten op de wereld, zijn we te laat, vrees ik. Er zullen voorlopers moeten zijn die hun nek uitsteken. Natuurlijk moet Nederland dat niet alleen doen. Maar met Europa vormen we een flink deel van de westerse wereld. En in Amerika rommelt het ook. Je ziet dat de beweging aan het komen is. Natuurlijk moet je uitkijken dat je, door de maatregelen die je neemt, niet jezelf in een nadelige positie brengt. Ik betrek onze concurrentiepositie vanzelfsprekend in het nadenken over welke opties kunnen en welke niet. Ik zal daar af en toe wel discussie over krijgen met de werkgevers. Maar ik ben niet ongevoelig voor de punten die zij noemen. Dat Duurzaamheidsakkoord is een zeer positief begin.”

Gepubliceerd in Ondernemen!, het opinieblad van MKB-Nederland, juli 2007

Naar een wereld zonder afval

Wiegtotwieg.nl is een website over duurzame producten. De titel is ontleend aan het boek Cradle to cradle. Daarin wordt een wereld zonder afval beschreven. Zo’n wereld is mogelijk als we maar slim ontwerpen! Meer lezen