'Niemand let op milieueffect van vliegreis'

Het ministerie van OCW zou het reisgedrag in het hoger onderwijs moeten onderzoeken. Dat vindt Paul Peeters, lector duurzaam vervoer en toerisme aan de internationale hogeschool NHTV in Breda. Verre vliegreizen worden volgens hem veel te gemakkelijk geboekt. 'Alsof je een broodje koopt.' Tijd voor actie, vindt Peeters.

Een spanningsveld tussen toenemende internationalisering in het hoger onderwijs en groeiende bezorgdheid over het milieu? Daar heeft Koen Kuster eigenlijk nog nooit zo over nagedacht. Ja, ook Kuster, medewerker internationalisering bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN), is begaan met het milieu. Daarom levert hij zijn afval gescheiden in en gebruikt hij thuis spaarlampen. Maar als hij voor zijn werk in het vliegtuig stapt, doet hij dat zonder scrupules. Net als de meeste van zijn collega’s. Want voor hogescholen en universiteiten hebben internationale contacten topprioriteit. En vliegen hoort daarbij.

Ongelooflijk veel energie
Vliegtuigen zijn wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer 3 procent van de CO2-uitstoot. Daarmee draagt de luchtvaart veel minder bij aan het broeikaseffect dan sectoren als het wegverkeer en de vleesindustrie. Maar, zoals milieuspecialist Jeroen Trommelen vorige zomer in de Volkskrant schreef, “de klimaatschade van vliegtuigen is groter dan je alleen op basis van het brandstofgebruik zou denken. Hoog in de atmosfeer is de uitstoot van broeikasgassen 2,7 keer zo schadelijk als op de grond, zeggen wetenschappers.” En aangezien de luchtvaart deze eeuw enorm zal groeien, zal ook het aandeel van die sector in het broeikaseffect veel groter worden.

Daarbij komt dat vliegen per passagier ongelooflijk veel energie kost. Er is geen betere manier om je persoonlijke energieverbruik omhoog te jagen dan een vliegreis te boeken. “Een gemiddelde Nederlander veroorzaakt met zijn dagelijkse gedrag een CO2-uitstoot van ongeveer 9.000 kilo per jaar”, vertelt Paul Peeters, lector duurzaam vervoer en toerisme aan de internationale hogeschool NHTV in Breda. Een vliegreis naar Thailand voegt daar gemakkelijk 2.200 kilo aan toe, een retourtje Nieuw-Zeeland 4.000 kilo. Reken maar uit welke uitstoot een internationaliseringsmedewerker veroorzaakt die, zoals Kuster, ongeveer acht keer per jaar naar Azië vliegt. Of hoeveel broeikasgassen worden uitgestoten door de vliegreizen van de aldaar geworven studenten.

Problematisch
Peeters vindt het “erg jammer” dat er op hogeronderwijsinstellingen nauwelijks over dit onderwerp wordt nagedacht. Zijn hogeschool deed in 2006 mee aan een onderzoek, in opdracht van de Europese Unie, naar internationalisering in het hbo. De uitkomst van dat onderzoek bevestigde wat de lector overal om zich heen al zag. “Heel kort door de bocht kwam het erop neer dat voor reizen geldt: hoe meer, hoe verder, hoe beter. Reizen is altijd goed, internationale contacten zijn altijd goed. Dat is zonder meer de boodschap in het hoger onderwijs.”

Peeters vindt het gemak waarmee binnen het hoger onderwijs verre reizen worden gemaakt, ‘problematisch’ worden. “Ik merk het op mijn eigen instelling. Het milieueffect van een verre reis wordt in het geheel niet in de overweging meegenomen. Niemand vraagt zich af: had ik hetzelfde doel ook zonder reis kunnen bereiken, of had een minder verre reis misschien ook gekund? Een verre vliegreis boeken is hetzelfde geworden als een broodje kopen.”

Zo gaat het ook bij de Nuffic, de organisatie waarvoor internationalisering het bestaansrecht vormt. Al verwoordt voorzitter Sander van den Eijnden het wel iets minder plastisch. “De Nuffic is geen milieuorganisatie”, zegt Van den Eijnden. “Milieuoverwegingen zijn voor ons geen dominante factor bij de afweging om wel of geen reis te maken.”

Niet erg eerlijk
Volgens Van den Eijnden is het directe milieueffect van de vliegreizen die in het hoger onderwijs worden gemaakt, ook te verwaarlozen vergeleken bij het indirecte effect van internationalisering. “Een van de redenen dat Nederland zijn onderwijs toegankelijk wil maken voor mensen in Azië of Latijns-Amerika, is dat wij die mensen willen helpen om hun leven, hun samenleving in te richten. Zo dragen we bij aan de ontwikkeling van landen, aan hun economische groei. En ja, economische groei heeft zeker een milieueffect. Maar moeten we er om die reden dan maar mee ophouden?”

Dat zou volgens de Nuffic-voorzitter niet erg eerlijk zijn. “Vooral niet omdat we er zo nog niet over dachten toen Europa en de Verenigde Staten als enige floreerden.” Verder zou het ook niet nuttig zijn om, vanwege het milieu, internationalisering te stoppen, betoogt Van den Eijnden. “Mensen zullen altijd proberen om zich te ontwikkelen. Ook zonder onze hulp. De oplossing is dus niet om de contacten te stoppen. Als je het proces van vervuiling wilt beheersen, zal het moeten komen van schonere technieken. Daar heb je kennis voor nodig. En kennis, dat is nu net waar Nederland goed in is. Als je moet reizen om die kennis te verspreiden, dan heiligt het doel de middelen, vind ik.”

Dat is ook de opvatting van Willeke Jeeninga, coördinator van het bureau internationale studentenzaken van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Dat mensen de wereld over vliegen voor werk of studie, is niet meer terug te draaien, denkt zij. “Dat zou ook niet wenselijk zijn. Studeren in het buitenland is een investering in je toekomst. Dat levert zoveel positiefs op.” Áls het vliegverkeer moet worden aangepakt, zou Jeeninga er meer voor voelen om het aantal verre vakantiereizen te beperken. Maar nog meer verwacht zij, net als Van den Eijnden, van de techniek. “Er moet gewoon fors worden ingezet op schonere vliegtuigen.”

Ecologische voetafdruk
Paul Peeters ziet daar weinig in. “Een technologische oplossing ís er niet voor het vliegverkeer. De komende veertig jaar zullen vliegtuigen tussen de 40 en 50 procent zuiniger worden, maar de omvang van de luchtvaart verdubbelt binnen vijftien jaar, dus dat is volstrekt onvoldoende om de hoeveelheid schadelijke emissies substantieel omlaag te brengen.” Peeters vindt dat het wel degelijk tijd is voor maatregelen om het ongebreidelde reizen in het hoger onderwijs te beteugelen. “De NHTV heeft bijvoorbeeld opvallend veel contacten met Australië. Maar waarom eigenlijk? Zou het niet veel logischer zijn als Australië zulke banden met Japan onderhield? En dat wij in plaats daarvan banden aanhalen met Finland, of Noord-Afrika? Daar zou je over na moeten denken.”

Peeters vindt het een taak van het ministerie van OCW om het reisgedrag in het hoger onderwijs nader te onderzoeken. “Breng gewoon eens in kaart hoeveel er vanuit de instellingen per jaar wordt gereisd, en maak dan eens een milieuplan. Al stel je je maar ten doel om de ecologische voetafdruk volgend jaar met 5 procent te verkleinen. Geheid constateer je dan het jaar daarop dat dat niet is gelukt. Maar dan heb je tenminste iets om aan te refereren.”

Gepubliceerd in Transfer, vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs, januari 2008

Naar een wereld zonder afval

Wiegtotwieg.nl is een website over duurzame producten. De titel is ontleend aan het boek Cradle to cradle. Daarin wordt een wereld zonder afval beschreven. Zo’n wereld is mogelijk als we maar slim ontwerpen! Meer lezen